|
|
 |
 |
|
 |
Archief columns
|
 |
Eén dag info
Edgard Eeckman
Communicatiemanager UZ Brussel |
 |
Een goede vriend van mij gaat volgend weekend teambuilden. ’s Morgens moet hij vanuit 12 meter hoge eiken op een washandje trachten te springen dat op de rug van een kwieke kikker is gelegd, ’s middags moeten de collega’s elkaar met echte vuurwapens bekampen en wie het eerst het loodje legt, wint. ’s Avonds is er een klank- en lichtspel in het nabijgelegen gesticht voor doofstommen, speciaal voor de deelnemers die nog in leven zijn. De nacht is voorzien om te winkelen in de stad. Ik heb tijd om dit stukje te schrijven want mijn vrouw is op wellnesstweedaagse. Ze krijgt er een zeepbellenscrub gecombineerd met een vochtherstellend lichaamsmasker van Russische witte klei en een relaxmassage op een bedje van witte waterlelie. Wie haar indekt, is een verrassing. Mijn dochter is getrouwd en ik weet niet wat ze aan het doen is. Misschien zit ze in het kasteel van Val Saint-Lambert tijdens de puurgenietenshow van Mario Luraschi naar die hoofdtooi met 170-karaatdiamanten te kijken, of loopt ze ergens in Gent met twee skistokken te schermen. Wie gokt dat Yves Leterme op 20 oktober premier is en gelijk krijgt, maakt ondertussen kans op een gratis rondleiding in de Wetstraat 16 én op de benaming toogstrateeg. Vlaams parlementair Filip Dewinter lanceert voor de internationale pers zijn ‘byebyebelgium’-campagne en alhoewel hij geboeid wordt weggevoerd, is hij toch de winnaar van een robbertje vechten. Via cultuur.be kan je elk uur een jaar cultuur winnen. Op VTM kan je meedoen aan de eerste nationale vrijtest en wie wil weten hoe kabouter plop zijn 18de verjaardag viert, kan zich op een unieke shownieuwsbrief abonneren. Britney Spears bewijst ons lippendienst door zonder slipje taxi’s in en uit te stappen. Een kandidaat-premier laat ballonnen op via Ketnet en de oudere kijkers aan de andere kant van de oceaan kunnen daar niet om lachen. Prinses Paola is 70 jaar en documentaires vertellen over haar wat ze eigenlijk niet weten. En als u nog niet wist dat Madonna een nieuwe dildo heeft gekocht – zwart, geribd en drie meter lang - dan weet u het nu. In het krantenartikel las ik het woord seksspleetje - ik ben er niet meer zo zeker van dat ze seksspeeltje bedoelden. En daaraan gekoppeld, Lyndsey Pfaff is bevallen van nieuw leven. Och god, dat kindje. |
 |
|
Joemen riesorses
An Olaerts
(eerder verschenen in Vacature op 20 januari 2007) |
 |
Laatst zat ik in een pendelbusje tussen een parkeerterrein en een duur bedrijfsfeest. Boos was het woord niet, maar toch een beetje. De stoel naast me was leeg, bleef leeg. Nochtans had ik mijn best gedaan om mee te doen. Bij wijze van voorbereiding was ik uitgebreid naar carrièretijger.nl gesurft. Sitjoewijsjenel liedersjip. Tsjek! Ellevijtor pitsj. Tsjek!
Thuis voor de spiegel zag ik eruit alsof ik erbij hoorde, maar de bus bewees het omgekeerde. Ik wenste dat ik boodschappen bij me had, compleet met prei en al, om de stoel naast me te kunnen bezetten. Dan hoefde er niemand naast me te komen zitten. Slechte gedachten in de bus. Ach wat, waarschijnlijk hadden ze de poedel in het wolvenroedel op de parking al geroken. Wong ettitoet. De tok niet gewokt.
Maar ineens was er toch iemand die naast me wilde komen zitten. Aangenaam, zei hij. En hij rook lekker. Zijn naam ben ik vergeten, maar wat hij was, heb ik wél onthouden: plant manager. Dat komt omdat plant managers tot mijn verbeelding spreken. Ze zitten in mijn vocabularium opgeslagen tussen de trefwoorden cactusclub en bloemschikken. Niet eens zo toevallig, denk ik, maar daar heb ik de plant manager niets van laten merken. Netwokking was de kieweut.
Hij wilde weten wie ik was en wat ik deed. Aha, reageerde de plant manager. Journalist bij Vacature! Boeiende ijtsj ar toel. En toen wist ik niet meer wat zeggen. Van slag liet ik me ontvallen dat ik hoopte op veel toastjes omdat ik nog geen avond had gegeten. Hoe verkeerd! En hoe of toppik!
Vreemd, want normaal hebben joemen riesorses geen geheimen voor mij. Embiejij? Met mij ook! Inhoud is contentement. Vergaderingen zijn voor mietjes. Waar een skil is, is een weg. En de handelsreiziger is dood. Hij heet nu sijls manager, met de wind in het zeil van de bek offis. Breek mij de bek niet open. Woorden zijn bretellen om je carrière mee op te houden. Volgende keer dat ik nieuwe visitekaartjes knip, zet ik er rieseusj en komjeuniekeesjens manager op. Ze zullen vechten om naast me in de bus te zitten.
In Engeland is er onderzoek naar gedaan. 141.000 soorten jobtitels hebben ze geteld. 60.000 daarvan zijn er voor functies binnen de ai tie. Ze beweren soms dat computermannen geen voeling hebben met poëzie, maar met 25.898 verschillende benamingen voor dezelfde manager, lijkt me dat een dwaling tot en met. Vergeleken met deze taalbombarie is Hugo Claus een onnozele seut.
Bisnis is de nieuwe wildernis. Tsjellensj. Tsjek! Kompetitif kal? Tsjek! Alleen van concullega's moet ik niets hebben. Omdat ze klinken gelijk een glibberige ziekte. En van ijtsj ar toel had ik helaas nog nooit gehoord. IJtsj! Ar! Toel! Ik dacht dat het toverspreuk was van de joemen riesorserer, een onbeleefd bevel om in een prinses te veranderen. De zin in feest en floor management verdween in het niets. Het werd hoog tijd voor een target sjift, uit de bus en intoe de witte wijn. IJ es ij pie. Dikke merci. |
 |
|
N.a.v. de VEPEC-avond 'Kerk & Marketing'
op 28 november 2006
Fakkeltheater Antwerpen, in aanwezigheid van Kardinaal Danneels |
 |
De Standaard, 04.12.06
,,Iets beware u?''
(Marketingcampagne voor God, DS 29 november)
Ik begrijp best dat het op zijn goddelijke heupen begint te werken. Hij schept hemel en aarde, scheidt het licht van de duisternis en de hemel van de aarde. Hij doet alles wat in zijn almacht ligt voor zijn beeld en gelijkenis. Maar later, veel later, als die scheiding aangevreten is door broeikasgassen en je vanaf de aarde bijna recht in het brandend goddelijke licht kunt kijken, zegt dat schepsel: ,,Een levende God? Die dingen doet en alles weet? Nou, nee. Daar geloof ik niet echt in. Maar ik denk wel dat er iets moet zijn.''
Een marketingbureau, dat aan zijn kloppende vinger de dingen veel beter aanvoelt dan u en ik, begrijpt dat God dit niet goed kan vinden, en bedenkt een reclamecampagne voor zijn imago. Als de kerk er een smak geld voor op tafel legt, gaan die affiches straks de muren op. ,, Iets wegen zijn ondoorgrondelijk?'' ,,Iets beware u?'' Als ze een beetje opschieten, kan het nog voor de verkiezingsperiode.
Alle sympathie voor God, en misschien moet de mensen maar eens aan hun oren worden getrokken, maar dat neerkijken op iets, lijkt me niet rechtvaardig. Het is immers een van die woordjes die zo eenvoudig zijn als een paperclip, maar zo veelzijdig als twee rijen gereedschap in de Gamma. Moet u eens horen:
,,Scheelt er iets? Is het iets ernstigs? Het is iets te donker. Het is wel een mooi iets. Heb je zoiets al eerder meegemaakt? Heb je iets om te eten? Wil je iets van Hugo Claus? Je zou er iets van krijgen! Ik ben zo moe als iets. Het is iets van niks. Het was me daar iets! Als er iets is dat ik niet kan verdragen... Het heeft iets geregend, maar niet genoeg. 't Is toch iets met dat klimaat tegenwoordig. Het moet iets van een uur of vier zijn. Ze heeft iets van Brigitte Bardot. Ik moet toch iets hebben om van te leven. Dat wil wel iets zeggen.''
Weinig woorden zijn zo multifunctioneel en toch zo bescheiden. Maar dat wil niet zeggen dat we het moeten aanwenden om er niets mee te zeggen.
We kennen het al van in de vroege middeleeuwen. De gewone vorm was toen ietwes . Die ie vooraan wijst op 'om het even', zoals we ook zien in iemand, ieder, iedereen, ieverans . Het deel wes is een verbogen vorm van wat of wicht , wat 'ding' betekent. Dus: iets is 'een of ander ding'. Het heeft dus geen uitgesproken betekenis. Zo kennen we er nog meer: ergens, er, eens, men, doen, hebben, een.
Woordenboekenmakers moeten het onderste uit de kan halen om een omschrijving te verzinnen voor dat soort woorden. Iets is volgens Van Dale ,,een niet-specifieke, onbepaalde zaak, enig ding'' en een ding is ,,iets wat buiten de mens een zelfstandig bestaan heeft''.
We geloven dus dat er buiten onszelf nog iets is wat een zelfstandig bestaan heeft. Hoe breeddenkend. Terwijl Hij zich destijds al die moeite heeft getroost. Ietsverdomme toch!
'Woorden weten alles' verschijnt wekelijks op maandag. Ludo Permentier is redacteur bij Van Dale.
www.standaard.be/woordenwetenalles
Reacties: ludo.permentier@standaard.be |
| |
De Standaard, 30.11.06, De Blijde Boodschap - nieuwe stijl
deel 1 - deel 2 (pdf) Jurgen Mettdepinghen |
 |
|
Geldontwaarding
Geert Stadeus
(verschenen als column in de krant De Standaard
op woensdag 27 september 2006) |
 |
Kom mee, we gaan boodschappen doen. Enfin: u gaat boodschappen doen. Jazeker, het is weer uw avond om te koken. Zoals elke 27ste van een maand met een R in. U rijdt gezellig het parkeerterrein van uw favoriete warenhuis op, bemachtigt een winkelwagentje dat u tijdelijk twee euro lichter maakt en eenmaal voorbij de draaideuren, verandert u in een woeste winkelmachine. Als u eens mosselen kocht? Ze zijn wel erg duur. Maar hoeft u dat te verbazen van weekdieren die hun hele leven op een bank hebben doorgebracht? Neen, dus. Drie kilo. Dan zijn de mosselgroentjes gratis. En frietjes. Uit de diepvries. Zijn we toch gewend geraakt. En dat flesje wijn, waarom niet. En die nieuwe cd van K3, dan praten de kinderen misschien weer met u.
Om een lang verhaal kort te maken, u heeft voor goed veertig euro lekkers in uw karretje geladen en kunt ongemerkt de staart vormen van de kortste rij bij de kassa's, net voor 'gesloten' begint te flikkeren. Kortom, het zit u mee. De kassastudent scant alles en u heeft uw biljet van vijftig euro al half uit uw portefeuille getrokken. Daarna lacht de kassastudent u toe en zegt: ,,Dat is dan drie blauwe bonnetjes en twee gele jetons.'' U blijft vriendelijk en vraagt: ,,Wablief?'' ,,Drie blauwe bonnen en twee gele jetons'', herhaalt de jongeman, ,,die kun je kopen vooraan in de winkel aan die tafel onder de rode parasol."
U gaat natuurlijk geen discussie aan met de kassastudent, want hij zit niet alleen aan de kassa in uw warenhuis maar ook in het laatste jaar filosofie en u wilt naar huis voor het donker wordt. Maar legt u echt braafjes die driehonderd meter naar de parasoltafel af om u daar een reeks bonnetjes en jetons aan te schaffen, terwijl u een door de Europese Unie plechtig aanvaard betaalmiddel vast heeft? Nee. En toch hebt u de hele zomer lang niets anders gedaan. Op alle mogelijke festivals, optredens, tuinfeesten en kermissen zwaait het bonnetjes- en jetonmonster de plak. Wat zeg ik? Een beetje begrafenis deed al mee! Wie is daar ooit mee begonnen? En waarom pikken we dat allemaal zomaar? Welke occulte drijfveren zijn hieraan voorafgegaan? Ik heb de heren Paepen en D'Hoore wel uitvoerig over geldontwaarding bezig gehoord, maar heeft één van hen voorspeld dat ons geld alle waarde prompt zou verliezen als er een tapkraan en een toren plastic bekers in de buurt kwam?
Nou, nou, 't is dat ik het niet laat merken, maar ik erger mij daar nogal aan. Geld is delicaat. Ik ga daar niet licht over. We zijn het er nog niet over eens geraakt of die frieten nu van ons of van de Fransen zijn, maar na decennia gemor en gehakketak zijn we er toch maar mooi in geslaagd om een gemeenschappelijke munt te slaan voor de meeste Europese landen. Zodat we voor de meeste reizen in de ons omringende landen niet eens geld moeten wisselen. En fantastisch dat we dat vinden. Het gemak dat daarmee gepaard gaat! U houdt het niet voor mogelijk. Met de pasmunt die u thuis snel mee graait voor u de vlucht naar Helsinki neemt, kunt u moeiteloos in uw behoeften voorzien in het verre Finland.
Maar bevindt u zich in een tent in Lotenhulle, en heeft u net een trappist, twee pintjes, een spa en een linzenthee besteld, en heeft de barmens dat allemaal netjes voor u uitgestald, en probeert u daarvoor te betalen met een biljet van twintig euro, dat in normale omstandigheden eenieder vriendelijk stemt, dan hoort u het weer: ,,'t Is hier met bonnetjes te doen. Vier groene en één oranje voor de trappist." En met een brede armzwaai trekt de barhoeder de glazen naar zich toe. U vloekt luid omdat u zo uw tranen beter kunt onderdrukken. Ergens in Kaprijke blijkt een tafel met een parasol te staan waar u uw zuur verdiende geld kunt omzetten in waardeloze papierstrookjes, ondertussen heeft de barwachter uw drank netjes opzijgezet zodat u toch nog binnen het uur uw gezelschap kunt verblijden met drie biertjes waar het schuim af is, een spa waar de bruis uit is, en een koude linzenthee. Nu ja, koude linzenthee of warme linzenthee. Maar u begrijpt waar ik heen wil. Verzet u! Weiger die onnozele transacties! Laat winkeltje spelen over aan kleuters! Die bonnetjes zijn er toch maar omdat we met zijn allen te braaf zijn om wat ons rest op het einde van de avond terug om te ruilen, zodat u net als iedereen thuis komt met een slordige zeven euro omgezet in plastic en bonnen. Uw geld ligt nog op de fuif, u houdt wat propjes papier over. Bel de politie! Betalen met euro's is wettelijk geregeld! Ze kunnen u niets doen! Als u straks die dertiende maand krijgt in de vorm van een rol gele drankbonnen en een houten klapstoel van François Sermijn, moet u bij mij niet komen klagen. |
 |
|
Meer bloot op de radio
Paul Embrechts
Lid van VEPEC, lid van het VEPEC-bestuur,
lid van godsvruchtige genootschappen. |
 |
Freddie Mercury wist het al vroeg:
I’d sit alone and watch your light. My only friend through teenage nights. And everything I had to know I heard it on my radio.
Zeg nu zelf, dat alomtegenwoordige uitgestalde naakt in de straat en op televisie, wat denk je ervan? Mij komt het langzamerhand de strot uit. Je kunt geen hoek om komen of je botst op een metsersdecolleté of een ongewassen navel, al dan niet opgevrolijkt met een tatoeage. Of erger nog: op het priapisme van de geprepareerde polsstokspringer. Ook de wetenschap laat zich niet in een hoekje drummen. Ze plooit en buigt naar de vraag in de markt. “Onderzoek eens iets met naakt, professor.” Niet langer dan vorige week nog kwam Prof. Dr. Constant Goedleven, van de gerenommeerde universiteit van Zondereigen, met opzienbarende resultaten van een recente studie. “Naakt de haag scheren verhoogt het libido bij vrouwen van boven de veertig.” Bij mannen dient een en ander nog verder te worden onderzocht. Misschien is er wel een aantoonbare correlatie met het aantal castraties? Zouden we hem niet nomineren voor de IgNobelprijs, die kerel.
Bredene heeft er al een en nu willen alle andere badsteden aan onze kust ook een naaktstrand. Neen lieve mensen, fout en nog eens fout! Ik wil het niet! Ten eerste: hoe gaan de dames en heren zonnebaders zich dan affirmeren? Met juwelen? Met tatoeages? Schaamhaar in bosjes of geschoren? Ten tweede: het is erg ongezond. Dat is bewezen, factor elfendertig is nog onvoldoende om onze melanomen te beschermen. Als zelfs Madonna dat al weet… En ten slotte: ik kan er gewoon niet meer tegen, zo’n dik bloot gat dat glimmend ligt te lonken naar de ozonlaag.
Daarom pleit ik voor meer bloot op de radio. Laten we eerst even stilstaan bij bloot. Bloot en niet naakt. Naakt is toch zo koud. Hoor die harde aa-klank, zo schel als arduin, als witmarmer in de vrieskou. Maar bloot? Die zachte oo. Als pas gezwitsalde en gepamperde babybilletjes, zo warm. Vervolgens komen we bij het medium radio. “Geef mij maar de illusie van een vrouw die ik niet ken. Ik hoor haar stem alleen voor mij, de rest denk ik erbij. Ik hou van de radio!” zingt Stef Bos in de verte. En gelijk heeft hij. Zei Antoine de Saint Exupéry niet: “Alleen met het hart kan men goed zien. Wat wezenlijk is, is onzichtbaar voor het oog.” Laat mij maar verzinnen. Ik kijk nog het liefst naar de wereld met mijn ogen dicht. ’s Morgens word ik wakker met een stem die mij omarmt. ’s Avonds ga ik slapen met een stem die mij verwarmt. Ik hou van de radio! Radio!
P.S. Zou het kunnen? Dat de luistercijfers van Klara omgekeerd evenredig zijn met het aantal infantiele tv-commercials voor bewuste zender. Is het dan toch waar dat reclame stamt van clamare? |
 |
|
Consumenten wereldwijd
Johan Wambacq |
 |
Communicatie Kaaitheater, Brussel
Enkele weken geleden kreeg u een e-mailtje dat schreeuwerig om uw aandacht vroeg: ‘Elke Somaliër een Bentley’ luidde het onderwerp. Ik weet niet hoe u reageerde, maar mijn eerste reflectie was: shit! hate mail! extreemrechtse spam! hoe komen ze aan mijn adres?
Groot was mijn verbazing. Het mailtje kwam van Vepec en kondigde een ‘studiedag’ aan: ‘Nadenken over bestedingscapaciteiten in de tweede en derde wereld is hot’, schreef Vepec. ‘Die vergeten consumenten zijn (eindelijk) ontdekt door innovatieve westerse bedrijven. Terecht, want ze zijn met een paar miljard…’
Mijn ergernis sloeg om in weerzin. De derde wereld is hot! (Dat taaltje!). Innovatieve bedrijfsleiders en hun reclamemakers hebben ontdekt dat er in de derde wereld consumenten wonen. Halleluja! Kassa! Okay, hier en daar woedt een burgeroorlog, op tijd en stond is er hongersnood, vaak is er van een min of meer georganiseerde maatschappij geen sprake, maar wij, innovatieve westerlingen, zullen hen leren consumeren: Rolex aan de pols, Bentley onder de kont, het paradijs op krediet!
Ik probeer de redenering achter die slogan te begrijpen. Ik stel me zelfs voor dat wie die slogan bedenkt, een redelijk intelligent persoon is die denkt: we moeten eindelijk eens ophouden de mensen in de derde wereld te bekijken als slachtoffers, laten we ze voor vol nemen. We benaderen en behandelen ze op voet van gelijkheid: als consumenten.
Daar is tot op zekere hoogte iets voor te zeggen. Ontwikkelingshulp is al te vaak een goedbedoelde maar verkeerd uitpakkende vorm van neokolonialisme geweest. En het is de hoogste tijd dat we de derde wereld voor vol nemen, dat wil onder andere zeggen: voor zijn eigen verantwoordelijkheden stellen. Dat wil ook zeggen: eerlijke handel drijven.
Maar de slogan en de bodytekst worden er daarmee niet beter op. Het blijft een ergerlijk eendimensionale benadering van de mens, of die nu in de eerste, de tweede, de derde of de elfendertigste wereld leeft. Het blijft – snel geresumeerd – wild kapitalisme verpakt in een quasi jolig en vlot reclametekstje.
Ja zeg, reclame is geen filosofie, en in een slogan kan je geen genuanceerd betoog ontwikkelen. De slogan is er om aandacht te trekken en dat heeft ie gedaan, missie volbracht.
Kijk, als die slogan een minimale nuancering of duiding meekreeg in de body-text, okay, maar dat is niet het geval. De body-text gaat op dezelfde botte manier verder, zonder de minste consideratie voor de dramatische situatie in de derde wereld, dit is lomp cynisme.
Kom, kom, niet zo hard van stapel lopen, deze slogan is humoristisch bedoeld.
Humor, dat vreesde ik al. Als een stand-up-comedian deze slogan zou gebruiken, zou ik daar misschien mee kunnen lachen, als de rest van zijn verhaal een en ander in perspectief zet, als hij mij een context aanreikt waardoor ik zijn cynisme kan begrijpen, als hij mij duidelijk maakt waarom die innovatieve westerse bedrijven die Somaliërs zo graag in een Bentley willen zien. Als hij die slogan op een gratuite manier gebruikt, zonder bijkomend verhaal, is hij gewoon een eng mannetje. Humor is een moeilijk vak. Veel reclame wil geestig zijn maar is dat helaas niet.
Uw verontwaardiging is selectief, pathetisch en hypocriet, klonk het in eerste instantie uit Vepec-kringen. Op een theaterscène mag men cynisch zijn, daar mag men ‘Vlaamse’, christelijke of humane symbolen en waarden perverteren? En de reclamemaker mag dat niet?
Voor de theatermaker – en voor de kunstenaar in het algemeen – geldt hetzelfde als voor de communicatiedeskundige of de reclamegoeroe: zijn kritiek, zijn cynisme, zijn wanhoop, zijn woede moeten passen in een groter verhaal, anders is het gratuit, is het pose, is het fake en leeg. Het verkopen van consumptiegoederen is als groter verhaal een beetje mager. En daarom past het de reclame om kies en bescheiden te zijn in haar communicatie, anders wordt ze… pathetisch. Of weerzinwekkend. |
 |
|
Zestien
Bernard Dewulf
© 2005 Uitgeverij De Morgen n.v. |
 |
'De wereld kunnen uitleggen in zestien seconden.' Zo luidt almaar luider het trotse credo van eigentijdse nieuwsmakers.
16 seconden. De hele uitdijende wereld. 13,7 miljard jaar geleden ontstaan. Leg het maar eens uit.
Of het kan ook dichterbij. Al zestien jaar kijk ik uit op een vrouw en nog altijd vraag ik mij af wie ik zie. Ik zou niet eens één porie kunnen beschrijven in zestien seconden, laat staan uitleggen. En als ik op het sterfbed uiteindelijk toch iets inzichtelijks kan fezelen over haar oogopslag, zal ik niet geheel radeloos heengaan.
Ik bedoel maar. Het volstrekt onbeschaamde en lachwekkende van zo'n uitspraak. Het dédain voor het hartsgeheim van de schepping. Ik bevat niet eens hoe mijn dochter plotsklaps leest. In amper zestien seconden herkent ze nu 'broodkaas'. Zestien dagen geleden was het nog donker in die letters.
Enzovoort. De zestien dagelijkse raadsels.
En dat de schare schaamtelozen dus dagelijks aangroeit. Een vogelpest van arrogantie woedt in hun rangen. 'Awel, dwazekloten, kzallekik ullie de wereld eens uitleggen. In sixteen seconds.' Me dunkt zelfs, als ik ze bezig zie, blaffend en bluffend, dat ze wedstrijdje doen, in hun informatietempel. Onder orakels, om ter snelst de wereld uitgelegd.
In zestien seconden geeft niet eens één haarlok iets prijs. Ook een sneeuwvlok niet. En dan komt zo'n hovaardige totentrekker mij zeggen dat hij het in een wip en een flip kan verklaren. En dat allemaal in naam van de bescheidenheid. Dat is nog het ergste. Het ten-behoeve-van-de-gewone-mens. Dat cynisme en die eigenwaan.
Als de gewone mens vandaag op straat ook daar eens tegen staakte. Tégen het zestien-secondenpact. Vóór het recht op een fatsoenlijke uitleg van het onuitlegbare. En alle orakels nu, onmiddellijk, met zo vervroegd mogelijk pensioen. Kunnen ze het gaan uitleggen in de rusthuizen. Het raadsel van de vergankelijkheid, de wrede chemie van dementie, om maar iets te noemen. |
 |
|
BRUSSEL, 20 JULI 2005
OPINIESTUK – DE MORGEN
Wanneer ‘deskundig commentaar’ brood en spelen wordt: De Stemmenkampioen. |
 |
Er rijzen talloze vragen over de «De Stemmenkampioen», de inmiddels tweede editie van een
uitgebreid panel-onderzoek via het internet, in opdracht van de krant Het Laatste Nieuws. Dat is
overigens een prima zaak, want vragen liggen nu eenmaal aan de wieg van de wijsheid, de
wetenschap en de vooruitgang.
In DM van 19 juli slaan de heren Swyngedouw en Devos (‘Het succesverhaal-Dedecker:
wetenschap, trend of natte vinger?’, p. 4), alvast deze essentiële stap over en trekken in plaats
daarvan dan maar meteen een blik scheve conclusies en gemeenplaatsen open i.v.m. de
veelbesproken, en even zo getergde als gevreesde «De Stemmenkampioen». Als deskundig
commentaar ‘onwetenschappelijk’ kan zijn, was dit alvast een prominente illustratie.
We vragen ons na de lectuur van het commentaar op «De Stemmenkampioen» overigens
nieuwsgierig af waar collega Swyngedouw was toen bijvoorbeeld de populistische «Doe-destemtest
» met de nodige misplaatste wetenschappelijke pretentie, tot lering en vermaak aan kiezend
Vlaanderen werd voorgeschoteld? Qua ‘brood-en-spelen’-gehalte had hij daar nochtans moeiteloos
z’n hart kunnen ophalen, maar onder het kransje Vlaamse politicologen ligt dat wellicht net iets te
gevoelig?
We stellen ook vast dat peilingsspecialist Swyngedouw opvallend zwijgzaam was en is gebleven
toen op 12 juni 2004, één dag voor de regionale verkiezingen, «De Stemmenkampioen» de meest
accurate verkiezingsprognose berekende en publiceerde. Aan selectieve observaties en
verontwaarding hangen doorgaans verdachte geurtjes:
| 1) |
Om te beginnen levert Swyngedouw kritiek op iets – nl. switchpoll, het systeem achter «De Stemmenkampioen»– dat hij niet kent: zijn commentaar laat daar trouwens niet de minste twijfel over bestaan. Mijnheer Swyngedouw kletst bijvoorbeeld maar raak wat de samenstelling van het «Stemmenkampioen»-panel betreft: het profiel dat hij schetst van de deelnemers, klopt namelijk van geen kanten, met de panelgegevens waarover wij in onze uitgebreide database beschikken. Als Swyngedouw vervolgens beweert dat de panelleden enkel ‘Het Laatste Nieuws’ lezen, dan klopt dat ook maar ten dele, want «De Stemmenkampioen» recruteert met de hulp van enkele professionele internetpartners, op een bredere basis dan louter de vermelde krant. Of nog: niet ‘een kwart van de Belgen’ – zoals Swyngedouw meent te weten - maar ruim 50 procent, heeft ondertussen toegang tot het internet (bron: Insites/ISPA, 2005). De grootste groei van het internetgebruik bij vrouwen en senioren manifesteert zich trouwens ook in ons nieuwe en verbeterde panel. Degelijke wetenschappers volgen de evoluties in hun vakgebied op de voet en laten het giswerk aan anderen over.
Moraal: in de wetenschap is één van de gezonde vuistregels dat men zich eerst - en liefst grondig - documenteert alvorens men zich tot straffe uitspraken laat verleiden. Als journalisten van De Morgen vragen hebben over de Stemmenkampioen, dan nemen die keurig contact op met de bedenkers van dit nieuwe systeem, leggen vervolgens hun kritische bedenkingen voor en maken op basis van de verkregen informatie een verslag dat ze vervolgens correct weergeven in de krant. Een werkwijze die tot aanbeveling en navolging strekt; ook voor de professoren Swyngedouw en Devos. |
| |
|
| 2) |
Dat «De Stemmenkampioen» ‘niet representatief’ is, zoals Swyngedouw meent ontdekt te hebben, getuigt al evenmin van bijster veel wetenschappelijke scherptediepte, omdat van bij het begin de ontwikkelaars Vuchelen, Matthijs en Thevissen, tot vervelens toe zijn blijven herhalen dat “het panel niet representatief is samengesteld”. Het begrip ‘representativiteit’ gaat trouwens totaal voorbij gaat aan de hele opzet van «De Stemmenkampioen». De ‘switchpoll’ is in eerste instantie een vorm van continu onderzoek waarbij, binnen een omvangrijk panel (13.500 regelmatige panelleden in 2004), veranderingen in de tijd worden gemeten en oorzaken en aanleidingen tot politieke voorkeurverandering worden opgespoord en geanalyseerd. Dat levert trouwens een aantal verhelderende inzichten op inzake bijvoorbeeld de politieke (merk)voorkeuren van kiezers en het keuzegedrag van onbeliste kiezers. De kern van dit innovatieve systeem draait trouwens rond de observatie, de registratie en de verklaring van ‘electorale dynamiek’ binnen een uitgebreid en divers samengesteld panel. Het voorspellen van electorale voorkeuren en de meting van de politieke populariteit, behoren in feite ‘slechts’ tot de nevenactiviteiten van «De Stemmenkampioen». |
| |
|
| 3) |
‘De enige echte peiling is de verkiezingsuitslag zelf’, horen we vaak. Wel, als dat zo is, dan was «De Stemmenkampioen» in 2004 de peiling die de reële verkiezingsuitslag van 13 juni 2004 het dichtst benaderde, met een totale afwijking van 8.8 procent, tegenover een totale afwijking van 17.0 procent in de peiling van VRT/De Standaard bijvoorbeeld. Swyngedouw zou zich derhalve beter afvragen wat men uiteindelijk heeft aan al die – vermeende - representatieve peilingen, met meetverschillen die zodanig afwijken van de realiteit, dat je beter met een lottoformulier in de hand kan staan peilen. Een deel van het antwoord is dat de fouten in klassieke electorale peilingen, veel meer te maken hebben met de validiteit van de vragen en de gebruikte bevragingstechniek, dan met de zogenaamde representativiteit van de – doorgaans veel te kleine – steekproeven die bij dergelijke onderzoeken worden samengesteld. Dat men zich overigens niet te veel voorstelt van peilingen die zich graag verkopen als zijnde ‘representatief’. Steeds vaker blijkt het woord ‘representatief’, weinig meer dan een misplaatst gezagsargument dat kwaliteit, betrouwbaarheid en wetenschappelijkheid moet suggereren. Het soort ‘representativiteit’ waarover Swyngedouw het heeft is immers bijzonder betrekkelijk; alleen al omwille het significante aantal weigeraars dat hartelijk bedankt voor deelname aan klassieke, politieke peilingen die per telefoon of face-to-face worden afgenomen. «De Stemmenkampioen» daarentegen werkt volkomen anoniem en dat blijkt alvast de validiteit van de antwoorden ten goede te komen. |
| |
|
| 4) |
Ook experimenteren en innoveren behoren onmiskenbaar tot ‘de wetenschappelijke attitude’. De ‘switchpoll’ tracht via experimenten met o.a. het internet, de samenstelling en het gebruik van panels en de ontwikkeling van nieuwe meetmethoden en alternatieve berekeningstechnieken, kennis en inzichten te vergaren en op die manier vastgeroest onderzoek te innoveren. Mag het misschien nog even, collega Swyngedouw? Want als het aan u lag dan hadden we wellicht nu reeds een onderzoeksverbod aan ons been. De gedachte alleen al dat mijnheer Swyngedouw ons zou komen dicteren wat we nog wel en niet mogen onderzoeken en op welke manier, klinkt bijzonder onfris, om niet te zeggen, beangstigend.
Trouwens, de ‘switchpoll’ is uitgerekend ontstaan vanuit een gefundeerde kritiek op de onmiskenbare inflatie die zich actueel op de politieke peilingsmarkt voordoet: met steeds meer peilingen, die allemaal op quasi dezelfde manier, quasi allemaal hetzelfde pretenderen te meten, maar - Swyngedouw zegt het zelf – “niet altijd hetzelfde zeggen”. We zouden collega Swyngedouw aanraden, ja zelfs willen aanmoedigen om óók naar innovatie en verbetering op zoek te gaan. Als het een beetje meevalt levert dat vele malen meer op, dan de zurige en gratuite kritiek van een wetenschapper die niet bepaald gehinderd wordt door enige gedegen kennis over de aangevochten materie. Zelfs mochten we met de ‘switchpoll’- methode in de toekomst gigantisch uit de bocht gaan, dan nog zullen we ontzettend veel unieke kennis en nuttige ervaring hebben vergaard. Wetenschappelijke vooruitgang beweegt zich nu eenmaal langs het lastige traject van ‘trial and error’. Het vergt enige inspanning om de platgetreden paden te verlaten, maar meestal wordt deze inspanning op de één of andere manier beloond. Zeker doen dus, mijnheer Swyngedouw, want we hebben nog een andere steekhoudende voorspelling gemaakt die u mogelijks zenuwachtig kan stemmen; en dat is dat het klassieke, electorale peilingsonderzoek, na jarenlang ter plaatse te hebben getrappeld, volgens ons ondertussen wel z’n beste tijd heeft gehad. |
| |
|
| 5) |
Het valt trouwens op dat de belegen kritiek die Swyngedouw en Devos opdissen, minstens even nadrukkelijk geldt voor de traditionele politieke peilingen en pop-polls waarmee de kiezer tegenwoordig bijna maandelijks om de oren wordt geslaan. Waarom beide heren het doen voorkomen alsof hun kritiek en bezwaren nu plots exclusief op «De Stemmenkampioen» van toepassing zouden zijn, blijft voor ons op dit moment een onopgelost raadsel. We durven het nauwelijks suggereren, maar zou het eventueel kunnen dat mijnheer Swyngedouw gewoon een tikkeltje rancuneus is over het feit dat de zes maanden intensief vooronderzoek die aan «De Stemmenkampioen» vooraf zijn gegaan, geleid hebben tot een boeiend experiment, een steekhoudende analyse in de aanloop van de verkiezingen van 13 juni 2004 en vervolgens een succesvolle prognose, waarvoor bovendien heel wat belangstelling bleek te bestaan – reden trouwens voor Het Laatste Nieuws om verder te gaan met dit experiment? Of misschien ziet collega Swyngedouw niet graag dat de voor hem heilige grond van het politieke en electorale onderzoek, wordt betreden door nietpoliticologen die daarover blijkbaar ook zinnige dingen te vertellen hebben? Maar toegegeven, het zou wetenschappelijk niet verantwoord zijn onze collega van zoiets te verdenken, en derhalve onthouden we ons wetenschappelijkheidshalve van deze al te makkelijke suggestie. |
Prof. dr. Frank Thevissen – Prof. dr. Herman Matthijs,
samen met Prof. dr. Jef Vuchelen, bedenkers van «De Stemmenkampioen» (‘Switchpoll’)
Vrije Universiteit Brussel |
 |
|
Is er iets dat u mateloos ergert?
Of wilt u eens uw hart luchten, hartsgrondig
vloeken?
Bent u lid van Vepec?
Schrijf dan een stukje van maximum 50 lijnen over
reclame, communicatie, promotie of marketing, mail het naar geert@stadeus.be en
wij plaatsen het op de VEPEC-site.
Met een e-mailing brengen we onze leden op de hoogte. Zodat ook zij van uw proza
kunnen genieten! |
| |
|
|
|
|
|
|